Meer dan honderd aanvullende Wtta-inspecties door Normec VRO laten zien waar uitzendondernemingen in de praktijk tegenaan lopen. Wat vooral naar voren komt, is dat de grootste uitdaging zelden in één afzonderlijke normeis zit. De complexiteit van het Wtta-normenkader zit in de samenloop van bestaande en aangescherpte regelgeving.
Een steeds scherper beeld
Sinds 1 januari 2025 voert Normec VRO aanvullende Wtta-module-inspecties uit bovenop de reguliere SNA-controles. In 2025 waren dat er meer dan honderd en in 2026 loopt dat aantal verder op. Daarmee ontstaat een steeds scherper en representatiever beeld van hoe de uitzendbranche zich voorbereidt op de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten. Op basis van die aantallen kunnen inmiddels duidelijke structurele patronen worden benoemd: niet incidenteel en niet organisatiespecifiek, maar ketenbreed. “We zien in de praktijk geen losse incidenten, maar terugkerende patronen. Dat maakt deze bevindingen relevant voor de hele sector”, zegt Julisa Fereijra-Phelipa, Business Unit Director bij Normec VRO.
Geen optelsom van losse eisen, maar een samenhangend stelsel
Arbeidsrecht, beloningsvoorschriften, administratieve borging, ketenverantwoordelijkheid en aantoonbaarheid komen samen in één toelatingsstelsel. Veel uitzendondernemingen voldoen inhoudelijk al aan onderdelen van die regelgeving. Wat vaak ontbreekt, is de integrale inrichting en de structurele borging. Processen bestaan, maar zijn niet eenduidig vastgelegd. Controles vinden plaats, maar zijn niet aantoonbaar. Informatie is aanwezig, maar niet volledig en herleidbaar. “Wtta vraagt niet enkel om méér regels, maar om aantoonbare beheersing van wat er al is”, stelt Fereijra-Phelipa. “Dat is een ander niveau van professionaliteit.”
Arbeidsovereenkomsten: inhoud aanwezig, aantoonbaarheid ontbreekt
Een terugkerend aandachtspunt betreft de aantoonbare verstrekking van de arbeidsovereenkomst. In veel gevallen is de overeenkomst inhoudelijk aanwezig, maar ontbreekt het bewijs dat die daadwerkelijk aan de arbeidskracht is verstrekt. Binnen het Wtta-normenkader staat een gekwalificeerde elektronische handtekening gelijk aan aantoonbare verstrekking, maar verplicht is dat niet. Ondernemingen die daar niet mee werken, moeten op een andere manier aantonen dat de overeenkomst is verstrekt. Wtta-inspecties worden uitgevoerd als administratieve controles zonder fysieke controle, dus aantoonbare verstrekking kan uitsluitend worden vastgesteld op basis van de administratieve vastlegging. In de praktijk blijkt dat vaak onvoldoende sluitend ingericht, waardoor achteraf niet altijd overtuigend kan worden vastgesteld dat de arbeidsovereenkomst tijdig is verstrekt.
Handtekening: gesprek met de NAU
De Belastingdienst heeft recent aangegeven dat bij het ondertekenen van bijvoorbeeld de Opgaaf gegevens voor de loonheffingen een geavanceerde elektronische handtekening volstaat, waar eerder een gekwalificeerde handtekening werd vereist. Dat roept de vraag op of een geavanceerde handtekening ook binnen het Wtta-kader afdoende kan zijn om te voldoen aan de normeis van aantoonbare verstrekking. Normec VRO is hierover in gesprek met de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU), met als doel te komen tot een normuitleg die juridisch houdbaar én praktisch uitvoerbaar is. Daarnaast komen in de inspecties regelmatig onduidelijke of ontbrekende indiensttredingsdata in vervolgcontracten voor, tegenstrijdigheden tussen arbeidsovereenkomst en uitzendbevestiging, een onjuiste of onvoldoende gespecificeerde arbeidsduur en onduidelijkheid over deelname aan een pensioenregeling. Binnen de Wtta-module leidt één fout in een steekproef al tot een non-conformiteit. Dat vraagt om precisie en consistentie.
Beloningsinformatie: het knelpunt tussen uitlener en inlener
Een tweede structureel patroon betreft de beloningsinformatie van de inlener. Uit de inspecties blijkt die regelmatig niet aantoonbaar bevestigd of verstrekt en dus niet herleidbaar naar de inlener, onvolledig doordat niet alle beloningselementen zijn opgenomen, onvoldoende specifiek doordat een duidelijke functie of functiegroep ontbreekt, verouderd, of in negatieve zin strijdig met de geldende cao. Ook komt de bevestiging aan de arbeidskracht niet altijd overeen met de informatie van de inlener, of kan niet worden aangetoond dat alle beloningselementen daadwerkelijk zijn verloond. Juist hier wordt zichtbaar dat de Wtta ketensamenwerking afdwingt. “Dit is het punt waar theorie en praktijk elkaar raken”, zegt Fereijra-Phelipa. “Zonder juiste input van de inlener kan de uitlener simpelweg niet voldoen.”
All-in loon vraagt nadere duiding
Binnen het SNA-keurmerk is het toepassen van all-in loon niet toegestaan. De Wtta kent hier een andere benadering: omdat de Wtta een publiekrechtelijk wettelijk kader vormt, is all-in loon onder voorwaarden wel toegestaan, mits het transparant en gespecificeerd op de loonstrook wordt weergegeven. Dat vraagstuk is complexer dan het op het eerste gezicht lijkt. Recente rechtspraak benadrukt dat het recht op het genieten van wettelijke vakantiedagen een zelfstandig wettelijk recht is. All-in loon wordt daarin niet gezien als vervanging van dat recht, maar als een vooruitbetaling op vakantiedagen die in de toekomst nog daadwerkelijk moeten worden genoten. Dat vakantiedagen financieel zijn verdisconteerd in het loon, betekent dus niet automatisch dat aan de wettelijke vereiste van vakantieopname is voldaan. Juist die feitelijke genieting komt nog niet expliciet en volledig tot uitdrukking in de huidige Wtta-normeis. De NAU onderkent dit vraagstuk en ook hierover is Normec VRO in gesprek. Dat laat zien dat de Wtta geen statisch kader is, maar een stelsel dat zich mede op basis van praktijkervaring en jurisprudentie verder ontwikkelt.
Non-conformiteiten: wat zeggen de cijfers?
Van de 37 inspecties die op dit moment formeel zijn afgerond en aan SNA zijn gerapporteerd, zijn in totaal 655 non-conformiteiten geconstateerd. Dat komt neer op gemiddeld ongeveer achttien non-conformiteiten per inspectie. Daarnaast zijn er 31 non-conformiteiten die specifiek betrekking hebben op in- en doorlenen van arbeidskrachten. Dat bevestigt dat Wtta-voorbereiding zelden draait om één geïsoleerd aandachtspunt. In vrijwel alle gevallen gaat het om meerdere samenhangende bevindingen die raken aan vastlegging, aantoonbaarheid en borging binnen de organisatie.
Samenwerking in de keten: voorwaarde en knelpunt
Voor cruciale onderdelen van het normenkader zijn uitleners afhankelijk van tijdige en correcte informatie van de inlener: bevestiging van beloningsinformatie, correcte vastlegging van begin- en eindtijden in urenregistraties en actuele gegevens voor toepassing van het loonverhoudingsvoorschrift. Bij in- en doorleenconstructies ontbreekt regelmatig een verklaring van de formele werkgever van de ingeleende werknemer, en is de doorgeleiding van arbeidsvoorwaarden naar de uitlener afwezig of onvolledig. Zonder die informatie kan de uitlener niet vaststellen of de juiste arbeidsvoorwaarden worden toegepast en kan de ketenverantwoordelijkheid niet aantoonbaar worden ingevuld. Tegelijk werken inleners niet of slechts beperkt mee aan de informatie-uitvraag. Dat plaatst uitzendondernemingen in een lastige positie: zij zijn verantwoordelijk voor naleving, maar niet volledig eigenaar van alle benodigde informatie. “Wtta maakt pijnlijk zichtbaar dat naleving geen solovraagstuk is”, aldus Fereijra-Phelipa. “Zonder actieve betrokkenheid van de inlener komt de keten stil te staan.”
Bewustwording bij inleners
Normec VRO besteedt daarom nadrukkelijk aandacht aan de rol van inleners, onder meer met gerichte publicaties over de verantwoordelijkheden van inlenende partijen, bijdragen aan leveranciers- en branche-events en Wtta-gerichte ketencontroles bij inlenende organisaties. Het bewustzijn bij inleners neemt snel toe zodra duidelijk wordt dat het niet oppakken van die rol directe continuïteitsrisico’s oplevert. Wanneer een uitlener niet wordt toegelaten, kan de inlener die arbeidskrachten immers niet langer inzetten. “Op het moment dat inleners dit effect voelen, verandert het gesprek”, zegt Fereijra-Phelipa. “Dan wordt Wtta geen compliance-thema meer, maar een bedrijfscontinuïteitsvraagstuk.”
Lees ook: Uitzendkrachten en de Wtta: wat betekent het voor jou als inlener?
Uitvoerbaar, mits tijdig begonnen
De aanvullende Wtta-module laat zien dat het normenkader uitvoerbaar is. Tegelijkertijd toont de praktijk aan dat onderschatting van samenhang, aantoonbaarheid en tijdsduur de grootste valkuilen zijn. Organisaties die voor het eerst instromen in SNA, eventueel in combinatie met de aanvullende module, voldoen in de meeste gevallen niet in één keer volledig. Het doorvoeren en borgen van herstel- en beheersmaatregelen vergt tijd: gemiddeld één tot anderhalf jaar. “Wie nu pas begint, gokt erop dat alles in één keer goed gaat”, aldus Fereijra-Phelipa. “Onze praktijkervaring laat zien dat dat zelden realistisch is.” Wtta-voorbereiding is daarmee geen administratieve exercitie, maar een traject waarin governance, processen en ketensamenwerking structureel tegen het licht worden gehouden. Ook vanuit de financiële sector is zichtbaar dat financiers zich actief voorbereiden op de gevolgen van de Wtta en hun risicokaders hierop aanpassen.
Wat kunnen wij voor jou doen?
Wil je weten hoe jouw onderneming ervoor staat in aanloop naar het toelatingsstelsel? Vraag dan een quickscan aan of neem contact op met Normec VRO als jouw onderneming nog geen NEN-certificering heeft. Heb je vragen over de gevolgen van het toelatingsstelsel voor jouw onderneming of heb je hulp nodig bij het aanpassen van je huidige contracten? Neem dan contact op met VRF Advocaten. Heb je modelcontracten nodig, dan kan FlexKnowledge je hierbij assisteren. Voor trainingen neem je contact op met artra, de opleider voor arbeidsmarktprofessionals.
